Motor-examen









Om het aantal motorongelukken te verminderen, zijn in heel Europa de motorpraktijkexamens aan elkaar aangepast.
Tijdens het examen voertuigbeheersing moet je bijvoorbeeld een flink aantal bijzondere verrichtingen laten zien.

Het motorexamen is daarom behoorlijk uitgebreid en eigenlijk teveel om in 1 examen te doen. Daarom is dit examen in tweeën gesplitst, het examen:

voertuigbeheersing
verkeersdeelneming.

Om motorrijders te leren zich goed te beschermen, gelden er eisen voor de kleding op het praktijkexamen.
We zullen hieronder deze kledingeisen nader beschrijven.

Bij alle oefeningen tijdens het examen voertuigbeheersing staan steeds drie dingen centraal:

1. Bediening
2. Snelheid
3. Balans

Het motorexamen Voertuigbeheersing bestaat uit twaalf oefeningen, die zijn verdeeld in vier clusters. Op je examen doe je er zeven. Vier oefeningen zijn verplicht, de rest kiest je examinator uit. Het gaat er bij alle oefeningen om dat je de examinator op overtuigende wijze demonstreert dat je de motor beheerst. Bij lage, én hoge snelheid. En dat je goed kunt remmen.

Kijk voor de uitleg van alle oefeningen op de pagina voertuigbeheersing


Wanneer ben je geslaagd?

In totaal laat je bij het examen Voertuigbeheersing zeven oefeningen zien. Alle oefeningen tellen even zwaar.
Uit ieder cluster is één oefening verplicht, en doe je uit de clusters twee tot en met vier één oefening extra.
Dus: vier verplichte, en drie oefeningen die de examinator kiest. Je mag elke oefening bij een onvoldoende resultaat één keer overdoen.
Om te slagen moet je in totaal vijf van de zeven verschillende oefeningen succesvol afronden. Daarbij voer je in de clusters twee tot en met vier minimaal één oefening correct uit.
Dus je laat de examinator op overtuigende wijze zien dat je de motor beheerst bij lage en hoge snelheid. En dat je goed kunt remmen.

Geldigheidsduur Voertuigbeheersing

Geslaagd voor het examen Voertuigbeheersing? Dan is het resultaat één jaar geldig.
In die periode kun je – onbeperkt – opgaan voor het examen Verkeersdeelneming.Heb je examen Voertuigbeheersing op een lichte dan wel zware motor gedaan? Dan doe je dit ook voor het examen Verkeersdeelneming. Dat spreekt voor zich.

Verkeersdeelneming

Het praktijkexamen verkeersdeelneming voor de motor duurt in totaal 55 minuten. Eerst heb je een inleidend gesprek met de examinator in het examencentrum van het CBR in Leusden. Dan volgen op het parkeerterrein de ogentest en een aantal voorbereidings- en controlehandelingen bij de examenmotor.
Ook zul je een aantal technische vragen moeten beantwoorden die je tijdens de rijlessen hebt geleerd.

De afkorting voor de onderwerpen waarover vragen kunnen worden gesteld is:
BRAVOK en staat voor:

Banden
Remmen
Accu
Verlichting
Olie en andere vloeistoffen
Ketting

De rit
Daarna gaat de examenrit van start. De examinator en je rij-instructeur volgen je in een auto. De examinator let onder meer op je kijkgedrag, de plaats op de weg en of je voldoende rekening houdt met andere weggebruikers.

Na afloop
Direct na afloop van het examen verkeersdeelneming vertelt de examinator in het examencentrum de uitslag.

Kledingeisen tijdens de examens

Sinds 30 september 2003 gelden voor de motorkandidaat tijdens het motorexamen kledingeisen. Deze maatregel is bedoeld om de motorrijder beter te beschermen. Als kandidaat op het motorexamen moet je dan minimaal de volgende beschermende uitrusting dragen:

Helm
Je bent natuurlijk verplicht om een goedgekeurde helm te dragen. Het beste is een helm te dragen die licht is van kleur of die is voorzien van (retro-reflecterende ) kenmerken die ervoor zorgen dat je goed opvalt in het verkeer.
Oogbescherming – Je gebruikt bij voorkeur een vorm van oogbescherming, zoals bijvoorbeeld een helmvizier, motorbril of (zonne)bril.

Schoeisel
Je draagt hoge schoenen of laarzen die ook de enkel bedekken.

Handschoenen
Je draagt handschoenen of wanten die de hand en zoveel mogelijk het polsgewricht bedekken.

Kleding
Je draagt kleding waarvan de broek de benen bedekt. De jas moet het bovenlichaam en de armen helemaal bedekken. Broek en jas mogen één geheel vormen.
Voor alle kleding geldt dat je bij voorkeur kleding draagt die speciaal bedoeld is voor motorrijders. De uitrusting moet in ieder geval stevig genoeg zijn om je te beschermen als je onverhoopt valt (of bijvoorbeeld de hete uitlaat van de motorfiets raakt). Ook heeft je kleding bij voorkeur retroreflecterende eigenschappen, of andere kenmerken die ervoor zorgen dat je goed opvalt in het verkeer. Tot slot moet de kleding je voldoende beschermen tegen de weersomstandigheden tijdens het examen.